Browser Not Supported

It seems that you are using an outdated version of Internet Explorer. To visit this website, please update your browser.

Marco Lucietti van ISKO: “In 2030 zullen we moeten kiezen tussen eten of katoen”

 

Denim: de stugge, blauwe stof waar namen als Levi Strauss en Henri David Lee groot mee geworden zijn staat nog steeds bekend als het minst duurzame product ter wereld. Er zijn vele chemicaliën die aan het proces te pas komen, en er is gemiddeld zo’n 8000 liter water nodig om één spijkerbroek te maken. Toch is het één denim mill in Turkije gelukt om het prestigieuze SWAN ecolabel te bemachtigen. En niet zomaar een denim mill.

Het was een grote verrassing toen ISKO, ’s werelds grootste denimproducent, dit jaar bekroond werd met het Scandinavische ecolabel SWAN. Tot op heden was het een ondenkbaar gegeven om een ecolabel zo toonaangevend als de SWAN aan een denimbedrijf te geven. De criteria zijn namelijk hoog, en of een merk of product het prestigieuze label verdient ligt niet alleen aan het proces, maar ook aan de levensloop en toepassing van dit product. Duurzaamheid stopt namelijk niet nadat een spijkerbroek de fabriek uitgaat.

SWAN analyseert zorgvuldig de volgende aspecten van het productieproces: is er een daadwerkelijk risico voor het milieu (relevantie), kan het bedrijf nog beter zijn best doen (potentie) en kan het label de ontwikkeling naar de meest ideale situatie brengen (stuurbaarheid). Dit wordt dan binnen de context van de productgroep geplaatst: hoe presteert het bedrijf tegenover vergelijkbare bedrijven.

Volgens Marco Lucietti, marketing manager van ISKO, is het bemachtigen van het ecolabel zeker een beloning, al gelooft hij niet dat het werk hiermee gedaan is. “Vandaag de dag is het een vereiste dat duurzaamheid deel is van de missie en langere termijn visie van een bedrijf. Des te groter het bedrijf is, des te groter dat het spoor is dat je achterlaat. Als je als bedrijf de keuze maakt om je productieproces aan te passen en een ecolabel als de SWAN bemachtigt, dan zal dat ook impact hebben op de manier van zaken doen. Vooral als we kijken naar denim in het algemeen, dan denk ik dat het belangrijk is dat een ecolabel als de SWAN niet alleen een marketingtool is, maar dat er daardwerkelijk stappen gemaakt blijven worden om het product te verbeteren.”

Ian berry, Denimu. Fotograf Emil Langvad www.emillangvad.se +46703002974 emillangvad@gmail.com

Zal sustainability de nieuwe standaard worden?
Dat zal lastig worden, omdat sommige bedrijven niet de financiele middelen hebben om die veranderingen in het proces te maken. Het is niet iets dat je in twee jaar maar even doet: dat kost heel veel tijd, geld en ontwikkeling.

Op dit moment wordt het een steeds dreigender probleem. In 2030 zullen we een keuze moeten maken: of we gaan als mensheid verder met de productie van eten, of we produceren katoen. Er zal geen plek meer zijn voor beiden – niet met de wereldpopulatie die we dan zullen hebben. Dus natuurlijk kiezen we voor eten, en zullen bedrijven zich nu al moeten herpositioneren en niet pas wanneer de dreiging duidelijk zichtbaar wordt in 2027. Daarom zal het ook belangrijk worden om in de toekomst niet alleen met katoen te werken, maar ook nieuwe hybrid meshes te ontwikkelen waar je katoen bijvoorbeeld met cellulose mengt.

Wat zal naast sustainability nog meer belangrijk zijn?
Er is niets in de mode dat zo snel reageert op de maatschappij als denim, dus als je kijkt naar welke megatrend er nu gaat spelen: praktisch comfort. Je zult zien dat jeans steeds meer ons lichaam gaan supporten en niet in de weg zitten, zoals het bij fietsen of yoga bijvoorbeeld soms kan doen. Een goede stretch is alleen niet het enige waar we ons dan op kunnen richten. Een spijkerbroek moet ook praktisch zijn, en daarnaast je ook nog mooi staan als je hem aantrekt. Nieuwe ontwikkelingen als waterafstotende stof zullen hierin een rol spelen.

Wat veel denim mills echter vergeten is dat sustainability niet alleen gaat om hoe je jeans maakt, maar hoe ze gebruikt worden. Je kunt niet verwachten dat de drager dit uit zichzelf gaat doen; je moet als bedrijf je transparant opstellen en ze de kennis geven. Daarna is het aan de winkels om milieubewustere producten bereikbaarder te maken.

Is dat deeltje ‘opvoeden’ van de consument ook waarom jullie zoveel samenwerken met grote namen als Beyonce, Diesel en Guess?
Opzich. Voor ons is het in ieder geval niet de naam, maar de nieuwe doelgroepen die deze merken ons bieden. Het zorgt ervoor dat je een dialoog creëert, waar je nieuwe manieren kan laten zien en hier dan ook feedback op krijgt. Dat maakt een beter product, of dat nu een Beyonce, Diesel of Guess is.

SHOWHIDE Comments (0)

Comments are closed

A new Belgium-based, independent digital trade and business magazine for fashion professionals.

ABOUT | CONTACT